— Haro Kraak

‘Ik kan mijn moeder niet uitleggen wat er in mijn hoofd omgaat, wat ik zie, proef, voel en hoor. Het is alsof we in twee treinen zitten die kortstondig naast elkaar rijden, bijna op dezelfde snelheid, waardoor je, juist door de veilige kloof, ongegeneerd naar binnen kunt staren. Je kijkt en je komt heel dichtbij, maar echt contact is onmogelijk, en dan rijdt de trein alweer door en blijf je achter met het vlakke land en het lege uitzicht.’

Noah Kremer kan geluiden proeven en ziet letters en cijfers in kleuren. Samen met zijn vriend Teun gaat hij op een ontdekkingstocht van de zintuigen om de grenzen van de perceptie te verkennen. Intussen stort het disfunctionele gezin Kremer in elkaar.

Read More

Mijn hart klopte in mijn slapen, zo snel ging ik. Ik fietste op de Middenweg en voelde de wind langs het zweet op mijn onderrug gaan. De weg was lang en kaarsrecht. Ik haalde de tram in en een jongetje volgde me met zijn blik vanachter de ruit, zijn hoofd ging van links naar rechts. Even zag ik mezelf door zijn ogen.
Op dat moment ging het luchtalarm.

Omdat er verder niets ernstigs leek te gebeuren, wist ik het zeker: het is maandag. De lucht bleef leeg, al konden er boven de wolken best gevechtsvliegtuigen vliegen – dat was niet te zien. Ik hoorde in ieder geval niets. Ik hield vast aan die ene zekerheid: maandag, twaalf uur.

Read More

Mijn broer neemt ’t niet nauw met de regels. Maar er zijn grenzen, zegt hij. Als ik geen zin heb om die pil in de vierde rij van rechts te leggen, dan doe ik hem toch gewoon ergens anders? Wat zou hem dat schelen? Mijn broer zegt dat hij daar niet wakker van ligt. Of moet Joep het doen? Ben ik soms niet oud genoeg? 

Read More

Ed is nooit bang. Niet als hij aan het werk is tenminste. ‘Verhoogde spanning’, daar heeft hij weleens last van, als hij tegenover een groep van honderd relschoppers staat. Ed zit sinds een jaar of vijf bij de Mobiele Eenheid. Hij is een man van 45 met een kale kop en een klein sikje onder zijn lip. Bij hem thuis, net buiten Rotterdam, spreek ik met hem af. Hij draagt een rode polo en witte All Stars. Als ik binnenkom staat Opsporing Verzocht aan. Ed zet een espresso voor me en praat honderduit.

Read More

‘Ça va? Wie geht’s? Deutsch? Deutsch?’ roept een jongen in de schaduw van de Wilhelminabrug. ‘Oh, Nederlanders, willen jullie een zakje wiet?’ Midden op de dag zit de jongen met vijf vrienden aan de Maasboulevard in het centrum van Maastricht.

De jongens vragen twintig euro. ‘Voor jou veel, voor mij weinig’, zegt een van hen. Twee minuten later, na enig onderhandelen, wordt de wiet met tegenzin voor tien euro weggedaan. Een jongen met ontbloot bovenlijf vouwt het elastiek van zijn broek om, waar hij zijn voorraad verstopt heeft. Als hij een van de wietzakjes gepakt heeft, valt zijn bezwete buik weer over de blauwe boksbroek heen.

Read More

 

“Kijk, ik ben natuurlijk een oude lul… Hé niet zo knikken, jij!” H.J.A. Hofland is een oude man, maar alleen hij mag dat zeggen. De 84-jarige essayist en journalist kreeg vorig jaar de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre en werd al eerder door vakgenoten uitgeroepen tot journalist van de eeuw. Op zijn studeerkamer in Amsterdam Oud-Zuid nemen we het tijdsgewricht onder de loep. Leon Trotski kijkt toe vanaf een schilderij aan de muur.

Read More

Vroeger bouwden we een fort van pizzadozen, nu is het slechts een stapel bevlekt karton. De dozen liggen op een hoop naast het bed.

Ze wil bij me weg, maar dat lukt nog niet. Ik heb haar meegenomen naar het huisje van mijn ouders op Texel. Het is een eiland, rennen heeft geen zin.

Ze ligt op haar zij, net als ik, maar dan op de andere. Onze neuzen wijzen naar elkaar. Haar ogen zijn afgewend. Ik kijk naar de ruimte tussen haar ogen, totdat een traan over de brug van haar neus rolt. Ik stel me voor hoe ik naar voren buig en de druppel oplik, hoe het lauwe ziltige vocht met mijn speeksel mengt en ik de pijn doe verdwijnen. Dan kijkt ze me aan. Ze hoeft niet te praten, want haar ogen zeggen genoeg. Toch wil ik dat ze wat zegt.

Read More

‘Ik koester de romantiek’, zegt Johan Derksen, ‘maar van romantiek kun je niet vreten.’ De 63- jarige hoofdredacteur van het grootste voetbaltijdschrift van Nederland, Voetbal International, heeft maar één doel: marktleider blijven. De komende weken staat Derksen volop in de schijnwerpers: vanaf maandag is hij elke dag te zien in het RTL-programma VI Oranje. Ondertussen leidt hij het weekblad, met winstbejag als voornaamste doel. Derksen is een pragmaticus, hij maakt geen blad voor zichzelf, maar voor het grote publiek. 

Read More

Ontluisterende beelden van de Amsterdamse collegebanken: naast de witte blocnotes van de studenten liggen verweerde paperbacks van beatauteurs Jack Kerouac en William Burroughs. De laatste jaren is er een ware opmars te zien van de beat generation in de popcultuur. Jongens en meisjes wanen zich beatniks, de anti-conformistische jongeren uit de Amerikaanse jaren vijftig. Met de kenmerkende hoornen monturen op hun neus en versleten jeans om hun heupen volgen zij het voorbeeld dat dichter Allen Ginsberg zestig jaar geleden stelde. Baarden, baretten en bebop – beatliteratuur is hip. Althans, het bijpassende imago. 

Read More

Boven de bar hangt een grote digitale klok: 24:00. Niet de tijd, maar de resterende uren worden erop aangegeven. Over enkele ogenblikken, om tien uur precies, zal het aftellen beginnen. Eerst klinken de drie karakteristieke piepen op het hele uur. Dan de stem van Pim Reijntjes, 92 jaar oud: ‘Het is tien uur in Nederland. Live vanuit de studio van Radio Nederland Wereldomroep in Hilversum.’ De laatste Nederlandse uitzending is afgetrapt, een marathon van 24 uur. 

Read More