— Haro Kraak

Beat goes on

Ontluisterende beelden van de Amsterdamse collegebanken: naast de witte blocnotes van de studenten liggen verweerde paperbacks van beatauteurs Jack Kerouac en William Burroughs. De laatste jaren is er een ware opmars te zien van de beat generation in de popcultuur. Jongens en meisjes wanen zich beatniks, de anti-conformistische jongeren uit de Amerikaanse jaren vijftig. Met de kenmerkende hoornen monturen op hun neus en versleten jeans om hun heupen volgen zij het voorbeeld dat dichter Allen Ginsberg zestig jaar geleden stelde. Baarden, baretten en bebop – beatliteratuur is hip. Althans, het bijpassende imago. 

Met de Hollywood-verfilming van Kerouac’s klassieker On the Road treedt de literatuur van de beatgeneratie definitief toe tot de mainstreamcultuur. De hipheid voorbij, zou je zeggen. Vooralsnog niet, de massa heeft zich de beatnikcultuur nog niet eigen gemaakt. De sfeer van rokerige koffiehuizen, dampende jazzclubs en spontaan proza beperkt zich tot een kleine intellectuele elite. Zoals het ook is begonnen. Jonge mannen met schrijversambities op zoek naar kicks en een authentiek leven. Maar wat maakt de beatniks anno 2012 nog cool? Is de hang naar een avontuurlijk leven simpelweg van alle tijden of is er meer aan de hand?

Vooral Hollywood stort zich sinds halverwege de zeroes op de literaire stroming. Na de biopic uit 2008 over Neal Cassady, naar wie Kerouac het personage Dean Moriarty uit On the road modelleerde, volgde in 2010 Howl, een film over het bekende gedicht van Allen Ginsberg, met James Franco in de hoofdrol. Deze week komt de langverwachte verfilming van On the Road uit, met sterren als

Sam Riley, Kristen Stewart en Kirsten Dunst. In de planning voor later dit jaar staat Big Sur, met Kate Bosworth en Josh Lucas, eveneens naar een roman van Kerouac.

Vanaf begin jaren negentig is er een sterke stijging te zien in de verkoop van Kerouacs beatbijbel On the Road. Tot 1991 verkocht het boek in Amerika ongeveer 25 duizend kopieën per jaar. Daarna verviervoudigde dat aantal opeens. Sindsdien gaan er jaarlijks ongeveer 100 duizend exemplaren in de Verenigde Staten over de toonbank. In Europa lag dat cijfer de afgelopen jaren op 80 duizend.

Ondergang
Literatuurwetenschappers wezen in de jaren negentig op diverse oorzaken voor de hernieuwde aandacht voor de beats. Zo zou in de jaren tachtig het beeld van de roemloze ondergang van de alcoholistische Kerouac nog te vers in het geheugen liggen voor een herwaardering van zijn werk. Filmsterren als Johnny Depp en Matt Dillon kwamen in de nineties publiekelijk uit voor hun voorliefde voor de beatliteratuur (beiden dongen mee naar de hoofdrol in On the Road, waar toen al sprake van was). Uiteindelijk leek een nieuwe mooiere kaft (de iconische foto van Kerouac en Cassady) het duidelijkst verband te houden met de gestegen verkoop.

Avontuur
‘Dat moet weer terugkomen!’, dacht Tim de Gier toen hij in 2010 de scenes van rokerige poëzieavonden zag uit de film Howl. Met twee vrienden richtte de Vrij Nederland-journalist Literaturfest op, een on- en offline- boekenclubje waar veel jonge Amsterdammers op afkomen. De thematune is een mantra van Ginsberg en Bob Dylan, de eerste podcast werd gewijd aan het gedicht Howl, later passeerde ook On the Road de revue. ‘Wij wilden die sfeer van jazzcafés uit de jaren vijftig terugbrengen’, zegt de 28-jarige De Gier. ‘Maar het lijkt er natuurlijk helemaal niet op.’

Hij signaleert een zeker onbehagen dat de populariteit van de beatniks kan verklaren. ‘Bij Literaturfest komen allemaal hoogopgeleide en rijke mensen die zijn opgegroeid in de zorgeloze jaren negentig en nu opeens door de crisis genoegen moeten nemen met saaie baantjes. Het is niet verwonderlijk dat zij ook een beetje van dat pure, rauwe en avontuurlijke leven van de beats willen ervaren door zich te storten op hun werk.’

Volgens auteur en docent Amerikaanse literatuur Frank Albers is het te makkelijk om te zeggen dat het een ‘typisch adolescentenboek’ is en daarom zo populair blijft. In 2007 kwam zijn boek Beatland uit, waarin hij vijftig jaar na dato Kerouac achterna reist van New York naar San Francisco, om te kijken of beatliteratuur nog leeft. ‘Voor de grote meerderheid betekenen de beats niets’, zegt Albers, ‘maar een kleine groep dweept nog steeds met On the Road alsof het de Bijbel is.’

Hij merkt dat veel van zijn studenten, net als de beats van weleer, geen geloof meer hebben in de politiek. ‘Er is een cultureel onbehagen dat geen enkel kanaal vindt om zich in constructieve daden om te zetten.’ De jeugd ervaart dat er via de politiek niets bereikt kan worden, denkt Albers. ‘En dus wordt er een uitweg gezocht uit het burgerlijke milieu in een romantische zoektocht naar vrijheid, gekte en oprechtheid.’

Denim
Vorig jaar wist jeansmerk Levi’s precies van dat gevoel gebruik te maken met de campagne Go Forth, die de sfeer van de beatgeneratie ademt. Onder beelden van verwassen denim, eindeloos asfalt en protesterende jongeren klinkt de raspende stem van zanger Tom Waits, zelfverklaard kind van de beatniks. Hij leest een gedicht voor van Bukowski, die ook tot de beatliteratuur wordt gerekend, hoewel hij nooit omging met Kerouac of Ginsberg. ‘Your life is your life’, zegt Waits. ‘Don’t let it be clubbed into dank submission.’

Ook Lucky Fonz III (echte naam Otto Wichers) waant zich wel eens een personage uit de boeken van Kerouac. De Nederlandse troubadour is momenteel zelf ‘on the road’, zegt hij trots. Iets waar hij van droomde toen hij als 18-jarige het gelijknamige boek las. Pas toen hij op zijn 28ste het boek herlas, ontdekte hij ook de donkere kant ervan. ‘Eigenlijk is het een vrij tragisch verhaal van stuurloze jongens zonder doel. Maar ook dat is romantisch natuurlijk.’

Wichers: ‘Het is eigenlijk ongelofelijk dat zo’n stelletje junkiezwervers zo’n invloed gehad heeft op de popcultuur.’ Beatniks maakten de weg vrij voor de hippies, aan wie Kerouac overigens een hekel had. In tegenstelling tot de hippies was er onder de beatgeneratie niet zo’n gemeenschapszin. ‘De beatniks waren extreem individualistisch’, zegt Wichers. ‘En dat is ook cool natuurlijk. Die hippies liepen allemaal maar achter elkaar aan. De beatgeneration trok zich van niets of niemand wat aan.’

De beatnik als ultiem voorbeeld van de hedendaagse ‘jezelf-zijn-mentaliteit’, het zou kunnen. Maar in de zoektocht naar een unieke identiteit zal de huidige twintiger in de beatcultuur vooral medestanders vinden: leeftijdgenoten die zich – al dan niet na het zien van de nieuwe film – de look van Kerouac, Ginsberg en Burroughs aanmeten. En dat sommigen van hen de romans niet lezen, dat geeft niet volgens Wichers: ‘Het begint met stoer doen, dat past prima bij de beatspirit. Je doet eerst het jasje aan, en daarna word je er pas een.’

 

Verscheen op 24 mei in de Volkskrant

0 comments
Submit comment