— Haro Kraak

Archive
De Optimist

Mijn hart klopte in mijn slapen, zo snel ging ik. Ik fietste op de Middenweg en voelde de wind langs het zweet op mijn onderrug gaan. De weg was lang en kaarsrecht. Ik haalde de tram in en een jongetje volgde me met zijn blik vanachter de ruit, zijn hoofd ging van links naar rechts. Even zag ik mezelf door zijn ogen.
Op dat moment ging het luchtalarm.

Omdat er verder niets ernstigs leek te gebeuren, wist ik het zeker: het is maandag. De lucht bleef leeg, al konden er boven de wolken best gevechtsvliegtuigen vliegen – dat was niet te zien. Ik hoorde in ieder geval niets. Ik hield vast aan die ene zekerheid: maandag, twaalf uur.

Read More