— Haro Kraak

Archive
Interviews

Ed is nooit bang. Niet als hij aan het werk is tenminste. ‘Verhoogde spanning’, daar heeft hij weleens last van, als hij tegenover een groep van honderd relschoppers staat. Ed zit sinds een jaar of vijf bij de Mobiele Eenheid. Hij is een man van 45 met een kale kop en een klein sikje onder zijn lip. Bij hem thuis, net buiten Rotterdam, spreek ik met hem af. Hij draagt een rode polo en witte All Stars. Als ik binnenkom staat Opsporing Verzocht aan. Ed zet een espresso voor me en praat honderduit.

Read More

 

“Kijk, ik ben natuurlijk een oude lul… Hé niet zo knikken, jij!” H.J.A. Hofland is een oude man, maar alleen hij mag dat zeggen. De 84-jarige essayist en journalist kreeg vorig jaar de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre en werd al eerder door vakgenoten uitgeroepen tot journalist van de eeuw. Op zijn studeerkamer in Amsterdam Oud-Zuid nemen we het tijdsgewricht onder de loep. Leon Trotski kijkt toe vanaf een schilderij aan de muur.

Read More

‘Kijk maar wat je ervan vindt, bitch. Ik heb toch al betaald gekregen.’ Het optreden in de Bitterzoet in Amsterdam is ten einde en Ome Omar neemt afscheid van het publiek. Een kwartier eerder zei hij nog: ‘Ik hou van jullie, met heel m’n hart en shit.’ 

Read More

H.J.A. Hofland (1927) is geboren in Rotterdam, groeide op tussen het puin van de bombardementen en vertrok daarna naar Amsterdam. Hij begon in 1953 op de Nieuwezijds Voorburgwal bij het Algemeen Handelsblad, dat later het NRC Handelsblad werd, na een fusie met de Nieuwe Rotterdamse Courant. Bijna zestig jaar later verschijnen nog elke week drie columns van zijn hand. Hofland, door vakgenoten uitgeroepen tot “journalist van de eeuw”, woont nog altijd in Amsterdam en gaat graag met de tram. 

Read More

Eigenlijk wil hij er niet meer over praten. Zijn oorlogsverklaring aan Twitter was juist bedoeld om nooit meer een antwoord op die ene vraag te hoeven geven: waarom zit je niet op Twitter? Nu heeft schrijver Daan Heerma van Voss (1986) het er voortdurend over. Hij publiceerde een betoog tegen Twitter in nrc.next en zette een filmpje van dezelfde strekking op YouTube. Hij wilde Twitter vanuit literair opzicht “stuk maken”. Als protest knipte hij zijn nieuwe roman, Zonder tijd te verliezen, in fragmenten van 140 tekens en plaatst ze één voor één op het medium. Een vernieling van zijn eigen werk, om zijn punt te maken. Een monnikenwerkje zou je denken, maar hij doet het niet zelf. “Ik weet eigenlijk niet hoe het werkt. De linksback van mijn voetbalteam is er handig mee. Hij heeft er een app voor gemaakt.” 

Read More

Het is voor hem beter als hij niets is, want dan kan hij alles zijn. Op feestjes moest Ernst-Jan Pfauth (1986) altijd uitleggen wat hij nou precies deed. Dat stopte toen hij chef internet werd bij het NRC Handelsblad. Dat begrepen de mensen wel. Nu is hij weer fijn vaag. Hij werkt samen met twee anderen aan een internetonderneming, Brainsley, waarmee hij het web overzichtelijker wil maken, “Google beter maken”, zoals hij zelf zegt. Daarnaast schrijft hij columns voor nrc.next, blogt hij over “nerds die de wereld veroveren” en runt hij zijn eigen boekenclubje, Literaturfest, met podcasts en bijeenkomsten in De Rode Hoed. Aan ambitie geen gebrek bij Pfauth: “Uiteindelijk wil ik iets doen wat de hele westerse wereld aangaat.” 

Read More

Emeritus hoogleraar André Köbben weegt zijn woorden voorzichtig, want er staat veel op het spel. Door bedrog is het vertrouwen in de wetenschap tanende. Volgens de commissie Levelt heeft de Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel gegevens van ten minste dertig artikelen gefingeerd. De 86-jarige Köbben weet waar hij het over heeft, hij is de eerste in Nederland die fraude in de wetenschap serieus aan de kaak stelde. Het boek dat hij samen met Henk Tromp over het onderwerp schreef, treffend getiteld De onwelkome boodschap, veroorzaakte in 1999 een hoop commotie. “Je moet impopulaire dingen durven zeggen.” 

Read More