— Haro Kraak

Archive
Korte verhalen

Mijn hart klopte in mijn slapen, zo snel ging ik. Ik fietste op de Middenweg en voelde de wind langs het zweet op mijn onderrug gaan. De weg was lang en kaarsrecht. Ik haalde de tram in en een jongetje volgde me met zijn blik vanachter de ruit, zijn hoofd ging van links naar rechts. Even zag ik mezelf door zijn ogen.
Op dat moment ging het luchtalarm.

Omdat er verder niets ernstigs leek te gebeuren, wist ik het zeker: het is maandag. De lucht bleef leeg, al konden er boven de wolken best gevechtsvliegtuigen vliegen – dat was niet te zien. Ik hoorde in ieder geval niets. Ik hield vast aan die ene zekerheid: maandag, twaalf uur.

Read More

Mijn broer neemt ’t niet nauw met de regels. Maar er zijn grenzen, zegt hij. Als ik geen zin heb om die pil in de vierde rij van rechts te leggen, dan doe ik hem toch gewoon ergens anders? Wat zou hem dat schelen? Mijn broer zegt dat hij daar niet wakker van ligt. Of moet Joep het doen? Ben ik soms niet oud genoeg? 

Read More

Vroeger bouwden we een fort van pizzadozen, nu is het slechts een stapel bevlekt karton. De dozen liggen op een hoop naast het bed.

Ze wil bij me weg, maar dat lukt nog niet. Ik heb haar meegenomen naar het huisje van mijn ouders op Texel. Het is een eiland, rennen heeft geen zin.

Ze ligt op haar zij, net als ik, maar dan op de andere. Onze neuzen wijzen naar elkaar. Haar ogen zijn afgewend. Ik kijk naar de ruimte tussen haar ogen, totdat een traan over de brug van haar neus rolt. Ik stel me voor hoe ik naar voren buig en de druppel oplik, hoe het lauwe ziltige vocht met mijn speeksel mengt en ik de pijn doe verdwijnen. Dan kijkt ze me aan. Ze hoeft niet te praten, want haar ogen zeggen genoeg. Toch wil ik dat ze wat zegt.

Read More

Dit huis ruikt naar rookworst, zeggen ze. Ga er maar aan staan.
Ik vind dat niet leuk om te horen. Een huis hoort naar eikenhout te ruiken. Of naar verse bloemen. Misschien naar natte hond. Maar niet naar rookworst. Liever nog naar suddervlees. Of stroganof. Dat eten wij soms.
Bij rookworst denk ik aan de Hema. Aan zo’n papiertje met vetvlekken. Aan Franse mosterd in een plat zakje en aan een vol gevoel. Rookworst doet mij denken aan die stomme woordgrap. Rookworst zonder r is ook worst, zeggen ze dan. Flauw vind ik dat. Ik lach niet mee.
Dit huis heeft niks met rookworst van doen. Dit is mijn huis. Ik woon hier en ik ruik niks. Ik vind het hier fijn.

Read More