— Haro Kraak

Geroemd, niet beroemd

Het is voor hem beter als hij niets is, want dan kan hij alles zijn. Op feestjes moest Ernst-Jan Pfauth (1986) altijd uitleggen wat hij nou precies deed. Dat stopte toen hij chef internet werd bij het NRC Handelsblad. Dat begrepen de mensen wel. Nu is hij weer fijn vaag. Hij werkt samen met twee anderen aan een internetonderneming, Brainsley, waarmee hij het web overzichtelijker wil maken, “Google beter maken”, zoals hij zelf zegt. Daarnaast schrijft hij columns voor nrc.next, blogt hij over “nerds die de wereld veroveren” en runt hij zijn eigen boekenclubje, Literaturfest, met podcasts en bijeenkomsten in De Rode Hoed. Aan ambitie geen gebrek bij Pfauth: “Uiteindelijk wil ik iets doen wat de hele westerse wereld aangaat.” 

Als scholier was dat heel anders. “Er was een tijd dat ik niks wilde worden”, zegt Pfauth. “Ik ging toen net over. Maar ik zei altijd: “nou, die doet het nóg slechter”. Toen is mijn vader heel boos geworden. “Je moet je niet negatief spiegelen”, zei hij. Dat doe ik nu nooit meer. Daarom zal ik in mijn ogen nooit succesvol zijn, want ik kijk altijd omhoog.” Later, als we terugkomen op succes en roem: “Ik wil uiteindelijk ook wel geroemd worden. Niet beroemd, maar wel geroemd. Dat wat ik gedaan heb zo bijzonder is, dat heel veel mensen dat weten.”

Tijdens het gesprek excuseert hij zich meermaals. Zijn telefoon blijft maar afgaan. Veel mensen willen iets van hem, maar toch ziet Pfauth er niet gestrest uit. Integendeel, hij oogt erg ontspannen in café De Engelbewaarder, zijn stamkroeg volgens zijn boek Sex, Blogs & Rock-’n-Roll. Met een espresso aan zijn lippen en wat bungelende zwarte krullen voor zijn ogen legt hij uit waarom hij het fijn vindt als dingen een beetje uit de hand lopen. “If you think you’ve got everything under control, you’re not going fast enough.” Het is het motto van zijn boek.

Als klein jongetje wilde Pfauth journalist worden, net als zijn vader. Hij tikte berichten op de typemachine en maakte zijn eigen krantjes. Zijn trotse vader deelde die dan uit op de krant waar hij werkte in Alphen aan de Rijn, het voormalige Rijn en Gouwe, inmiddels opgegaan in AD Groene Hart.

Je vader werkte bij een regionale krant en doceerde op de School voor Journalistiek. Zou jij daar genoegen mee nemen?

“Wij zijn andere personen, mijn vader is helemaal niet ambitieus. Hij heeft echt het perfecte leventje, voor zichzelf. Mijn ouders genieten echt enorm van het leven. Het streven is dus dat ik net zo gelukkig word als zij. Maar ik word van andere dingen gelukkig.”

Was Alphen aan de Rijn te klein voor jou?

“Nee, maar Alphen aan de Rijn was wel heel burgerlijk. Ik kan me herinneren dat ik een keer naar school fietste en dacht: ik moet dit nog drie jaar doen en ik wil nu al weg. Ik wilde naar Amerika, tussen de vierde en vijfde klas, maar dat mocht niet van mijn ouders, die dachten dat ik dan nooit meer terug zou komen. Daar hadden ze misschien wel gelijk in. Waarom zou je genoegen nemen met iets wat niet helemaal aansluit met wat je wil proberen?

“Mijn schrikbeeld is de Hollandse verjaardag, waar iedereen in een kringetje zit, en dat is het dan. En dat je het voor elkaar krijgt om elke avond dezelfde serie te kijken omdat je elke avond op de bank zit. Ik wil een groots en meeslepend leven leiden. Ik woon sinds kort in een huis met uitzicht op het Roelof Hartplein, dat vind ik fijn, want daar leeft het al. Hiervoor woonde ik op de Czaar Peterstraat, officieel Amsterdam-Centrum, maar daar merk je niets van. Dan zit je niet in the middle of the action. Ik probeer altijd het maximale eruit te halen en dat klinkt verschrikkelijk cliché, dat weet ik.”

Pfauth wil zijn waar het leven zich in volle glorie voltrekt. Hij is een romanticus. Vol bewondering praat hij over helden van vroeger. Zoals Henk Hofland, die hij zomaar kan tegenkomen bij het koffiezetapparaat op de redactie van NRC. “Daar ben ik wel gevoelig voor”, bekent Pfauth. “Ik ben een nerd op die manier. Dat ik het Parijs van Hemingway helemaal wil kennen. Dat ik het boek lees en op de kaart schrijf waar welk café is.” Graag zou hij eens alles van zichzelf af laten glijden en een roadtrip maken, door het “Amerika van Jack Kerouac”. Of een roman schrijven. Maar of hij de rust daarvoor kan vinden weet hij niet. Er is altijd wel een project dat zich aandient. En van niks doen wordt hij uiteindelijk ook onrustig.

Je lijkt geobsedeerd door succes en hard werken.

“Dat klopt wel. Maar het gaat niet zozeer om hard werken. Ik heb helemaal niks met de mensen die tachtig uur per week werken. Ik geloof heel erg in ontspannen. De beste ideeën krijg ik als ik een weekje ergens heen ga, dan ga ik weer nieuwe dingen opschrijven. Rust is heel belangrijk.”

Maar je blogt bijvoorbeeld over Jack Dorsey, de oprichter van Twitter en Square, die zestien uur per dag werkt.

“Maar daar moet ik niet aan denken! Ik houd ervan om breed geïnteresseerd te zijn, maar in zijn geval focust het alleen maar op zijn werk. Ik heb dat stuk toen geschreven, omdat je er volgens mij wel wat van kan leren: vandaag ga ik dit doen. Dat herken je vast wel. Ik kan een hele dag achter mijn computer zitten en na afloop denk ik vaak: ik heb geen fuck gedaan vandaag. Terwijl je dan de hele dag e-mailtjes verschoven hebt. Daar ben ik wel heel geobsedeerd door: hoe kun je effectiever werken

“Het is ook met andere dingen. Ik woon in Amsterdam en daar wil ik van genieten, maar het komt erop neer dat je altijd op het laatste moment een kaartje voor het theater koopt en dat je dan denkt: dit moet ik vaker doen. Dus nu heb ik twee avonden per jaar dat ik alle sites van de Melkweg tot het Concertgebouw open heb en daar allemaal leuke dingen uitzoek, zodat ik weet dat ik nu elke week wat leuks te doen heb. Dat hacken van dingen, daar ben ik wel geobsedeerd door en daar blog ik ook over.”

Zeggen mensen te vaak dat ze het druk hebben?

“Obama heeft het druk. Verder niemand. Mensen maken zich druk. Ik vind dat zo’n onzin. Het wordt meestal gezegd door de mensen waarvan je denkt: je hebt een baan van negen tot vijf die als je naar huis gaat klaar is en that’s it.”

Stellen mensen zich aan?

“Ach, dat weet ik ook weer niet. Ik ben heel bewust bezig of ik alles wel goed doe en of ik overal wel tijd voor heb. Ben ik niet te lang met mijn email bezig? Daarmee bespaar ik heel veel tijd. Ik heb een ochtendritueel dat ik elke morgen 750 woorden moet schrijven. Maakt niet uit waar het over gaat, maar daardoor kun je heel goed reflecteren.”

Hoe ziet zo’n ochtend eruit?

“Half acht op. Rustig aan, niet te vroeg. Dan ben ik half tien op kantoor. En in de tussentijd lees ik de krant en doe ik dat. Dan bedenk ik wat ik allemaal gedaan wil hebben die dag, dat schrijf ik op. Dit wil ik halen vandaag, en ik doe mijn email voordat ik op kantoor ben, dan hoef ik daar voorlopig niet meer aan te komen. Ik heb ook al een aantal doelen in mijn hoofd, dus ik kan meteen aan de slag. Dus voordat ik hier naar toe kwam heb ik een pagina van een prototype van Brainsley gemaakt. En als ik terug kom ga ik die andere pagina maken en dan is mijn dag een succes. En dan heb ik het niet druk, want ik zit hier gewoon rustig.”

Geloof je in een writer’s block of een burn-out?

“In een burn-out wel, daar geloof ik absoluut in, dat is levensgevaarlijk, en daarom doe ik ook zo rustig. Het schijnt dat je jezelf voorgoed verneukt als je een burn-out hebt. Dat je nooit meer hetzelfde ambitieniveau terug kan krijgen. Dus daar let ik heel erg op. En een writer’s block, tsja. Als je 750 woorden moet raaskallen dan ben je ook over je writer’s block heen. Hoe Ernest Hemingway het altijd aanpakte, als hij niet wist wat hij moest schrijven, dan probeerde hij gewoon een zin op te schrijven, die één essentie heel goed samenvatte, dus een waarheid. Daarna kwam het vanzelf weer. Het is gewoon een kwestie van jezelf dwingen te beginnen.”

Stoppen met werken zal Pfauth doen als hij doodgaat. Hij begrijpt best dat de stratenmaker eerder met pensioen wil, maar voor hem hoeft dat niet. “Werken houdt je jong, als je met pensioen gaat ben je klaar om te sterven. Dat is wetenschappelijk bewezen.” Hij wilde zo snel mogelijk aan de slag. Een master heeft hij daarom nooit gedaan en daar heeft hij geen spijt van. De universiteit was niet interessant genoeg. “Multiple-choicetentamens, volgens mij heb je niet meer toelichting nodig dan dat.” En trouwens, als hij jong begon met werken dan had hij ook sneller succes.

Hoe belangrijk is het succes voor jou?

“Heel belangrijk om naar te streven, maar ik denk ook dat je van de strijd moet kunnen genieten. Het moet een groter doel voor ogen hebben. Succes maakt het leven interessanter. Er gaan deuren open, opeens maak je nieuwe dingen mee, omdat je succes hebt.”

Hoe bekend ben je nu?

“Niet echt, sommige mensen die mijn boek hebben gelezen spreken me aan. Voor de rest word ik niet herkend en dat wil ik wel zo houden. Anders ben je de hele tijd zo bewust van jezelf, daar moet ik niet aan denken. Hoewel ik er ook wel op de hard way achter wil komen. Bij de mate van succes die ik nastreef is het bijna een noodzakelijk kwaad dat ik bekend word. Als ik ze niet haal, al die doelen, dan blijf ik onbekend, als ik ze wel haal, dan ben ik al bekend, maar dat is een soort neveneffect, daar streef ik niet naar.”

Welke doelen zijn dat dan?

“Nou ja, onder het kopje een groots en meeslepend leven leiden, daar zit wel in dat je echt aan de top zit van wat je doet. Als Brainsley een succes wordt, daar droom ik wel eens over, dan weten mensen meestal wie de maker daarvan is. Er zijn twee mogelijkheden: of het wordt een succes van het formaat LinkedIn. Of het wordt niks. Het klinkt heel ambitieus, maar ik ben bereid om voor die gok een jaar van mijn leven te geven. Als we zien dat het niet aanslaat, dan doen we weer iets anders. Ik wil iets maken dat de hele wereld kan beïnvloeden.”

Heb je dan gefaald als het niet lukt?

“Als je het me nu vraagt wel. Maar als ik zestig ben, heb ik misschien een heel ander antwoord.”

Bij een groots en meeslepend leven hoort ook het kunstenaarschap.

“De meeste mensen die hele grote kunstwerken maken zijn heel erg getroebleerd, hebben een hele moeilijke jeugd gehad. Dat heb ik allemaal niet, daarom zou ik nooit een Catcher in the Rye kunnen schrijven. Ik ken geen enkel voorbeeld van een kunstenaar die geen kutleven heeft gehad. Ik hoop dat mijn leven dat kunstwerk is.”

Je bent 25, veel van jouw leeftijdgenoten zitten op de bank. Wat vind je van jouw generatie?

“Wat ik afkeur is als mensen bepaalde dingen niet durven doen. Een vriend van me heeft een prima baan, maar hij heeft een andere grote passie. Als hij daar een paar jaar geleden een blogje over was begonnen, dan had hij daar nu een autoriteit in kunnen zijn. Maar nog belangijker, hij had al zijn tijd kunnen besteden aan wat hij fantastisch vindt. Dat vind ik belangrijk, dat mensen hun droom najagen.

“Als je wil dat een idee lukt dan moet je het meteen gaan doen. Ik geloof ook heel erg in het opschrijven van ideeën dat mensen zien wat je van plan bent en dat je het dan echt moet naleven. Het is een manier om jezelf te dwingen om ermee verder te gaan. Het is soms wel een beetje absurd, maar af en toe werkt het dus.”

Het devies is dus: doen.

“Er moet zo min mogelijk verschil zijn tussen wat je wil en wat je doet.”

 

Foto: Roger Cremers

 

0 comments
Submit comment