— Haro Kraak

H.J.A. Hofland vindt dat je dik geworden bent

 

“Kijk, ik ben natuurlijk een oude lul… Hé niet zo knikken, jij!” H.J.A. Hofland is een oude man, maar alleen hij mag dat zeggen. De 84-jarige essayist en journalist kreeg vorig jaar de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre en werd al eerder door vakgenoten uitgeroepen tot journalist van de eeuw. Op zijn studeerkamer in Amsterdam Oud-Zuid nemen we het tijdsgewricht onder de loep. Leon Trotski kijkt toe vanaf een schilderij aan de muur.

“Vindt u het erg als ik er af en toe één opsteek?” Naast schrijven is roken waarschijnlijk hetgeen wat Hofland het liefst doet. Het is de reden dat hij nooit meer naar New York gaat, waar je vrijwel nergens meer een sigaret mag opsteken. Vroeger bracht hij elk jaar enkele maanden in de stad door. Hofland, bekend van traditionele media als NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer, mag dan op leeftijd zijn, het heden is hem nog niet uit de vingers geglipt. “Ik zal u een geheim verklappen,” zegt hij op fluistertoon terwijl hij naar me toebuigt. “Ik heb hier een exemplaar van VICE liggen. Een mooie glossy hoor.”

Eind 2011 publiceerde Hofland een boek, Platter & Dikker getiteld, waarin hij “de nieuwe mens” beschrijft. Het essay gaat gepaard met foto’s van Roel Visser, waarop deze ordinaire vetzakken vastgelegd zijn. “Hij is dikker, hij praat harder en vlugger, maar niet duidelijker, hij kijkt vaak wantrouwend tot agressief”, schrijft Hofland. Type Terror Jaap van de Gouden Kooi dus, waarmee het relaas ook begint. Er is sprake van verhuftering. We zijn steeds sneller op onze teentjes getrapt, verongelijkt als we niet krijgen wat we willen. “Het onbeschaamd begeren en de bevrediging, de verzadiging zijn een mondiale ziekte.”

 

Mensen zijn platter en dikker geworden. Ook luier en narcistischer?

Luier wil ik niet zeggen. Ik denk dat de arbeidsschuwheid vroeger, twintig, dertig jaar geleden, niet groter was dan nu. Ik denk dat er nog heel veel mensen gewoon aan het werk zijn. Niet meer of minder dan vroeger. Maar de behoefte aan fun, entertainment en hossen is ontzettend toegenomen. Ik ben 84 dus ik hos ook niet zo veel meer tegenwoordig. Maar toen ook niet. Dat deden Limburgers en Brabanders met carnaval. Maar nu moet je eens zien bij RTL4 en het NOS Journaal. Alsof ze door de buis heen je kamer binnenkomen. En vele open bekken hè. [Hofland staat op en pakt een knipselmap erbij. Allemaal foto’s uit de krant van mensen met een open bek.] Kijk, ze doen het allemaal. Nadal, Balkenende, Mario Been, Mark Rutte, Gerrit Zalm, Dirk Scheringa.

Is er een behandeling voor uw diagnose?

Nee. Het is een fase. Het komt doordat mensen zich meer aanwezig voelen. En daar ook blijk van willen geven. Ze willen zich manifesteren. RESPECT! Het is een deel van de manier waarop je laat zien dat je wel degelijk op aarde bent. Wel degelijk! Begrijp je wel?! Moet ik het herhalen? Of wil je een knal voor je kanis?

Dat past bij de cultus van roem van het nieuwe mediatijdperk.

Wie wil er meer dan tien vrienden hebben? Met Facebook heb je 10.000 vrienden! Dat is een horreur voor mij. Stel je voor dat ze allemaal op je verjaardag komen zeg. Dan ben je nog niet jarig. De nieuwe media hebben de verhuftering aanzienlijk versterkt. Je moet voor de grap eens kijken bij NUjij. De reacties. Niemand die er verstand van heeft en ze maken allemaal ruzie met elkaar. Waar het ook over gaat. Over de euro, of over een verkracht kleutertje, een kettingbotsing. De ongein, de pseudo-deskundigheid, de flauwekul, en het altijd je willen manifesteren. En dan had ik heel graag een selectie uit de categorie “verwijderd door de redactie” willen lezen.

Bent u bekend met Godwin’s Law?

Nee.

Dat naarmate internetcommentaren langer worden de kans 1 wordt dat er iemand voor een nazi wordt uitgemaakt.

[Lacht] Dan hebben we toch veel aan die Hitler te danken.

U heeft een interessante jeugd aan hem te danken?

Zo zou ik het niet omschrijven. Avontuurlijk wel. Ik kan me nog wel herinneren dat ik op een gegeven moment dacht: weet je wat, ik sluip aan boord van een Zweeds schip en dan laat ik mij naar het neutrale Zweden vervoeren. Maar ik werd door de bemanning ontdekt. Overgeleverd aan de Duitse politie. Die brachten mij naar het politiebureau. Ik had mijn handen in mijn zakken en de Obergefreiter riep: Hände aus die Taschen! Jezus, wat schrok ik. Dat was voldoende om mij van verdere verstekelingsavonturen te genezen.

 

De crisis heeft volgens u het consumentisme niet kunnen beschadigen. Had de crisis ons zwaarder moeten treffen?

Ik geloof niet dat een toestand van armoede een oplossing zal bieden. Ik heb als jongen van zestien de Hongerwinter meegemaakt in Rotterdam. Er was armoede, er was geen elektrisch licht meer, de telefoon deed het niet, het openbaar vervoer lag lam, de hele samenleving was gereduceerd tot het allerprimitiefste wat je je in een moderne maatschappij kunt voorstellen. Nou, ik zweer u, rovend en plunderend gingen mijn vriendjes en ik door de stad. En een lol dat we hadden. Zo gaat dat dan. Anarchie is een vorm van plezier. En ook een gevaarlijke vorm van plezier.

U schrijft dat u dichtbij het Museumplein woont. U bent niet erg te spreken over de festiviteiten en de huldigingen. Dit jaar moesten het 538 Koninginnedagfeest en de huldiging van Ajax verkassen. Een goede ontwikkeling?

Vind ik wel.

De honderdduizenden mensen die daar op afkomen mogen niet voor zichzelf beslissen?

Liever niet. Laat ze thuisblijven.

Er wordt gezegd dat het weer een voorbeeld van betutteling is. Volgens mij houdt u daar zelf ook niet zo van.

Betutteling, dat is zo’n woord. Hier [wijst naar buiten] kijk ik naar het verkeer. Je hebt hier een driesprong, met zeer gemengd verkeer. Scooters die permanent over de fietspaden rijden. En dan is het spitsuur en altijd komen er fietsers in het gedrang die linksaf willen terwijl de scooters nog even rechtdoor willen. Nou ja, je ziet ze vallen.

Wat heeft dat met betutteling te maken?

Verkeerslichten kun je zien als een vorm van betutteling. Ik kende een Groningse oorlogsdeskundige B.V. Röling. Hij sprak peinzend en hij zei: “Het is toch eigenlijk vernederend dat de mensen in bedwang moeten worden gehouden door rode en groene lichten.” En dat is zo. Natuurlijk is dat vernederend. Als je niet je hersens dusdanig kunt gebruiken dat je zelfstandig zonder tussenkomst van een paar gekleurde lichtjes veilig kunt oversteken. Dat is een vernedering. Daar zijn we al lang aan gewend, maar het is wel betutteling. Nu, regeltjes, regeltjes, natuurlijk er is een overmaat aan regeltjes. Omdat we in een maatschappij leven die een uitwas van ambtenarij heeft. En de ambtenarij heeft de neiging om zelf spontaan te groeien. Nog een regeltje! Maar dat de door internet geëmancipeerde mens regels nodig heeft, nou, ik denk het wel.

Ik las een mooi citaat van u uit een interview uit 1986. “In ons land is zoveel fleur uit het leven gehaald door reglementen.”

Dat is ook zo. Maar ik ben niet zo’n verzetsheld meer. Maar weet je wat ik de Nederlandse overheid wel kwalijk neem? Dat ze probeert werkelijke virulente problemen met rijmpjes op te lossen. Fatsoen moet je doen. Opstaan voor iemand misstaat niemand. Zozo. Goed gevonden! Wat een flauwekul. Die rijmpjes lapt iedereen aan z’n laars.

Uw rookgedrag wordt ook van hoger hand beperkt. Hier en in New York.

Verschrikkelijk! Een ramp. Je steekt in New York op straat een sigaret op, want binnen mag niet meer. Dan hoor je achter je: uh uh uh. En dan kijk je om en dan zie je iemand met een vies gezicht de rook wegwaaien. Iemand die door dichte wolken CO2 loopt en last heeft van jouw sigaret!

Vindt u het vervelend om te zeggen: vroeger was alles beter?

Dat hoor je mij nooit zeggen. Vroeger was alles anders. En behoorlijk ook. Maar u groeit op in deze omgeving. Maar zeg nooit: vroeger was alles beter. Beloof dat nu!

Beloofd. Maar hoe weet ik zeker dat u niet denkt dat vroeger alles beter was?

Omdat ik het ook niet vind. Het is geen beter of slechter. Waardeoordelen over nu of vroeger, die slaan nergens op. Maar je hebt wel een andere diagnose. Platter & Dikker is een diagnostisch boek.

En vijftig jaar geleden had u dus net zo goed een diagnose van het tijdsgewricht kunnen schrijven.

Nou en of. En dat heb ik ook gedaan!

Mensen zeggen dat u niet of nauwelijks veranderd bent over de jaren. De tijd vindt geen weerslag op u?

Dat vind ik ook niet nee. Ik ben nog altijd die jongen die aan boord van een Zweeds schip wil komen.

 

Verscheen in het juninummer van VICE

0 comments
Submit comment