— Haro Kraak

Koning voetbal

‘Ik koester de romantiek’, zegt Johan Derksen, ‘maar van romantiek kun je niet vreten.’ De 63- jarige hoofdredacteur van het grootste voetbaltijdschrift van Nederland, Voetbal International, heeft maar één doel: marktleider blijven. De komende weken staat Derksen volop in de schijnwerpers: vanaf maandag is hij elke dag te zien in het RTL-programma VI Oranje. Ondertussen leidt hij het weekblad, met winstbejag als voornaamste doel. Derksen is een pragmaticus, hij maakt geen blad voor zichzelf, maar voor het grote publiek. 

Elke week valt het bij 130 duizend abonnees door de bus: Voetbal International, 132 pagina’s vol verhalen, nieuws, statistieken, columns, interviews en wedstrijdverslagen. En elke week gaan nog ongeveer 25 duizend liefhebbers naar de winkel voor het blad dat ‘alles over voetbal behandelt’.

Dat de inhoud elke week min of meer hetzelfde is, daar legt de hoofdredacteur zich bij neer. ‘Het blijkt dat lezers vooral geïnteresseerd zijn in interviews met spelers. Als ik er daar één van gelezen heb, ken ik ze allemaal wel. Maar wie ben ik om de lezer die interviews niet te geven?’

Tweemaal per jaar laat Derksen een groot lezersonderzoek uitvoeren, om precies te weten wat zijn publiek wil. En hij laat zijn oren graag naar de lezer hangen. ‘Dat onderzoek is mijn bijbel. Ik ben een slaaf van mijn lezer.’

Die lezer is 12 tot 75 jaar oud, de gemiddelde leeftijd is 40 jaar. Onder hen bevinden zich evenveel hoogopgeleiden als ongeschoolden. De redactie moet rekening houden met allerlei doelgroepen: sommige lezers houden van nostalgische stukken, andere van internationaal voetbal of wedstrijdstatistieken. VI moet alles hebben. Het liefst bracht Derksen een nog dikker blad uit, maar de portokosten beletten dat.

‘Het is een goed leesbaar vakblad en het is compleet’, zegt Hugo Borst, ooit werkzaam bij VI en bekend als tafelgast van Studio Voetbal. ‘Ze zijn zeer goed geïnformeerd. Er is simpelweg geen beter alternatief.’ Elke lezer krijgt wat hij of zij (een op de vijf lezers is vrouw) wil. De commerciële strategie van Derksen werkt: waar concurrenten verzanden in rode cijfers, leidt hij een winstgevend blad met meer dan vijftig redacteuren.

Hoewel VI een macht is om rekening mee te houden, laat die macht zich moeilijk omschrijven. Derksen relativeert het zelf graag, maar toen hij vorige week tijdens het tv-programma Voetbal International het nieuwe boek Gijp, over tv-analyticus René van der Gijp, van VI-journalist Michel van Egmond omhoog hield, was de eerste druk van 7.500 boeken in een dag uitverkocht. ‘Dat is de kracht van tv’, zegt auteur Van Egmond. ‘En de populariteit van René van der Gijp.’

Andries Jonker, trainer van het tweede elftal van Bayern München en voormalig trainer van Willem II, beweert dat Derksen hem ‘kapot geschreven’ heeft in Nederland. Dankzij de vileine pen van Derksen zou hij bij geen enkele Nederlandse club aan de slag kunnen. Derksen: ‘Ik denk niet dat er in bestuurskamers gepraat wordt over wat ik ervan vind.’

VI heeft een comfortabele positie in de markt. Derksen: ‘Concurrenten? Die kwamen, en die gingen.’ Op tv moet VI nog Studio Voetbal van de NOS naast zich dulden. Maar op papier heeft VI nauwelijks concurrenten. Weekblad NuSport heeft een oplage van 30 duizend en richt zich maar voor de helft op voetbal. Elf is net gefuseerd met Voetbal Magazine, maar hoofdredacteur Jan Hermen de Bruijn ziet het maandblad niet als echte concurrent van VI. Andere voetbalbladen als Go! en Johan verschenen onder veel gejubel, maar bleken toch niet winstgevend te zijn. Alleen de sportredacties van De Telegraaf en AD komen in de buurt van VI. Hugo Borst: ‘Die hebben ook veel invloed en zijn even goed geïnformeerd.’

Het gebrek aan concurrentie leidt tot een gebrek aan scherpte, zegt De Bruijn van Elf Voetbal Magazine. ‘Vroeger was VI politieker, controversiëler en harder.’ In 1978 trok het blad als een van de eerste ten strijde tegen het regime van Jorge Videla in Argentinië. Oranje werd opgeroepen niet naar het WK te gaan. Cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen volgden het voorbeeld.

Tegenwoordig verschuilt VI zich volgens De Bruijn achter ‘de algehele vervlakking’ van de sportjournalistiek, die door professionalisering van de voetballerij tot stand is gekomen. Voetballers zijn door persvoorlichters, clubs en sponsors steeds moeilijker te bereiken. ‘Ze voelen de urgentie gewoon niet om de grens op te zoeken’, zegt De Bruijn. ‘Ze hebben geen directe concurrent en zijn dus niet genoodzaakt scherper te zijn.’

VI heeft een monopoliepositie en het lezersbestand lijkt daar geen problemen mee te hebben. Toch maakt ook Voetbal International zich zorgen voor de toekomst. Derksen zit ‘heus niet voor zijn lol’ twee keer per week bij Wilfred Genee aan tafel. ‘Een hoofdredacteur moet een boegbeeld zijn’, zegt hij. ‘Anders red je het niet. Dacht je dat ik dat voor het geld doe? Ik heb anderhalf uur lang mijn logo in beeld tijdens het programma. Als ik die zendtijd moet inkopen bij de publieke omroep ben ik een fortuin kwijt.’

Omdat ook Voetbal International te kampen heeft met teruglopende oplagecijfers – in 2009 was de totale oplage 170 duizend, inmiddels 156 duizend – bouwt Derksen ‘een pantser om print’. Naast het blad is er het veelbekeken tv-programma (dat vorig jaar de Televizierring won), een radiostation in samenwerking met Veronica, een website die 300 duizend unieke bezoekers per dag trekt, een app voor iPad en iPhone en zelfs een eigen boekentak, de voormalige uitgeverij De Buitenspelers.

‘Ik zou kunnen zeggen: na mij de zondvloed’, zegt Derksen, die volgend jaar met pensioen gaat, maar daarna nog vier jaar zal aanblijven als columnist en boegbeeld. ‘Maar ik voel mij moreel verplicht om het bedrijf gezond achter te laten, zodat het weer jaren vooruit kan.’ En dus werden alle verliesgevende projecten van zijn voorganger Cees van Cuilenborg afgestoten. ‘Hij was als hoofdredacteur een idealist’, zegt Derksen. ‘Ik ben een realist.’

Het maandblad Sport International werd twintig jaar lang overeind gehouden, maar leverde nooit wat op. Weg ermee. Aan kwaliteitsblad Nr. 14 verdiende alleen Johan Cruijff. Schrappen dus. Op De Kronieken van VI, een historisch boek over het blad, opgetekend door VI-coryfee Bert Nederlof, ‘zit niemand te wachten’. Voor onbepaalde tijd uitgesteld. En ook uitgeverij De Buitenspelers ‘kunnen we als mislukt beschouwen’, aldus Derksen. VI is in een juridische strijd verwikkeld met de boekentak, dus meer kan hij er niet over zeggen. Of toch: ‘Die mensen houden van boeken. Van prachtige grote koffietafelboeken. Helaas houdt het grote publiek daar niet van.’

Hoe ver kun je als bladenmaker gaan om de lezer te behagen? Waar ligt de grens van winstbejag? Voor VI is dat een kwestie van fatsoen. Geen gevloek en geen (onfunctioneel) naakt in het blad. Voor een verhaal moet ‘een journalistieke aanleiding zijn’, zegt Derksen. ‘En het moet betrouwbaar zijn, onze reputatie is mij alles waard.’ Op vi.nl dus geen geruchten over transfers, of niet-geverifieerd nieuws, zoals op vele andere voetbalsites wel is te vinden.

Toch treft het gevaar van vervlakking in de sportjournalistiek ook VI, erkent Derksen. De onafhankelijkheid van de redactie is in het geding. Alle interviews worden nagelezen en zonodig aangepast door pr-mensen. Voetballers worden platgegooid met mediatraining (Derksen: ‘Ze maken wel geluid, maar ze zeggen niets’). In het zeldzame geval dat voetballers iets interessants zeggen, wordt dat direct glad gestreken. De columns zijn het enige venijn van het blad.

Derksen: ‘Van Gaal zei ooit tegen mij: ‘Ik heb de hele media in handen, alleen die columnisten niet.’ Gelukkig maar.’

De vermenging van redactionele onafhankelijkheid en commercie is ook een ontwikkeling die Derksen niet denkt te kunnen tegengaan. Een berucht voorbeeld uit 2009 is een interview in VI met de Franse voetballer Thierry Henry, aangeboden door scheermerk Gillette. De eerste vraag van het interview was: ‘U zit samen met Roger Federer en Tiger Woods in de nieuwe Gillette-campagne. Kent u Federer en Woods persoonlijk?’

Op een voetbalmarketingcongres reageerde Derksen vol afschuw op het artikel, maar hij leek niet van plan de tendens te bestrijden. ‘Mijn lezers willen Henry. En dus krijgen ze die. Dat kleine beetje commercie in woord en beeld zal ze worst wezen.’

Ook op tv is de sportjournalistiek minder scherp geworden. Niemand durft voor zijn mening uit te komen, volgens Derksen. ‘Rijkaard, Hiddink, Van Basten, Koeman, we hebben ze allemaal aan tafel gehad en geen van allen laat het achterste van zijn tong zien.’ Omdat hij dat wel doet is hij nog steeds op tv, denkt Derksen. Dertien jaar geleden moest Hugo Borst hem overhalen om op tv te verschijnen. Sindsdien is hij niet meer van de buis af te slaan.

Borst noemt Derksen een fenomeen. ‘Hij is onnavolgbaar, onuitstaanbaar en onaantastbaar. En hij geniet er met volle teugen van.’ Volgens Borst, die van 1985 tot 1991 bij VI werkte, kun je Derksen niet louter commercieel noemen. ‘Hij neemt het niet nauw met journalistieke mores, hij vermengt journalistieke met financiële belangen, maar hij is tegelijkertijd ook meedogenloos. Hij legt aan niemand verantwoording af.’

Borst: ‘Ik denk soms: realiseer je je wel wat je zegt? Heb je dat wel geverifieerd?’ Met zijn ongezouten mening kan Derksen mensen duperen, vindt Borst. ‘Hij komt met alles weg. Hoewel je de macht van VI ook niet moet overschatten.’

Daar is De Bruijn van Elf Voetbal Magazine het mee eens. ‘Bijna iedereen is een blaag volgens Derksen. Als je blaag honderdzoveel bent, hoef je je echt geen zorgen te maken.’

 

Verscheen op 2 juni in de Volkskrant

0 comments
Submit comment