— Haro Kraak

Langste lijn

‘Ik pak hierna wel even Man U, oké?’ Toine van Peperstraten kijkt Tom van ‘t Hek aan. Die knikt. Op de achtergrond luidt verslaggever Frank Wielaard het rustsignaal bij FC Twente – Feyenoord in. Dan zet Van Peperstraten zijn microfoon aan en meldt dat Manchester United op een 2-0 voorsprong staat tegen Wolverhampton. Van ‘t Hek: ‘En wij gaan weer naar Utrecht tegen Groningen, 1-1 inmiddels, Richard.’ Uit de regiekamer roept iemand: ‘Manchester 3-0!’ 

Het zijn vijftien seconden uit de 9.992ste uitzending van Langs de Lijn. Hectisch als altijd, op honderd plekken tegelijk en vluchtig, soms zelfs te vluchtig voor de scherpe presentatoren. Het radioprogramma doet al sinds 1 januari 1967 verslag van sport uit binnen- en buitenland, van waterpolo tot wielrennen. Het format is in al die tijd nooit wezenlijk veranderd. Eredivisievoetbal vormt traditiegetrouw de hoofdmoot, zo ook op deze zondagmiddag, een week voor de tienduizendste uitzending, morgen.

De presentatoren Van Peperstraten en Van ‘t Hek, sinds 2009 het vaste duo, schakelen continu tussen verslaggevers ter plaatse in Enschede, Eindhoven en Utrecht. ‘Wij zijn het cement’, zegt Van ‘t Hek. De 53-jarige oud-bondscoach van het Nederlands vrouwenhockeyteam kijkt ontspannen naar de twee flatscreens in de studio. Zelfs als niemand luistert geeft hij commentaar. Ook op het commentaar zelf. ‘Geen trap, maar een poging om te raken’, herhaalt hij verslaggever Richard van der Made. ‘Interessant, thuis noemen wij dat gewoon een trap.’

De flitsen van wedstrijden worden afgewisseld met het laatste nieuws, interviews en muziek, liefst soepele plaatjes, toegankelijk voor jong en oud. Van Peperstraten is daarover vandaag niet erg te spreken. ‘Mag het iets meer up-tempo?’, vraagt hij tijdens de nieuwe single van Racoon. ‘Geen slaapmuziekjes meer.’ Het programma begint altijd met een knaller, ‘om erin te komen’, vandaag was dat Driver’s Seat van Sniff ‘n’ the Tears. Ná de openingstune natuurlijk, het funky Chump Change van Quincy Jones.

Het vaste recept van Langs de Lijn ontstond in 1968 toevalligerwijs toen chef Kees Buurman tijdens de Olympische Spelen zelf achter de knoppen ging zitten, omdat de technicus van dienst ziek was. Buurman liet de verslaggevers in Mexico omstebeurt aan het woord en om stoom af te blazen zette hij een plaatje op. De luchtige combinatie van informatie en entertainment sloeg aan. Het programma groeide uit tot een instituut. In de gloriejaren zaten ruim een miljoen Nederlanders op zondag bij de radio. Nu trekt Langs de Lijn op goede dagen de helft van dat aantal luisteraars. De presentatoren deert het niet. Van ‘t Hek: ‘We hebben concurrentie van de snelle media, zoals internet en tv. Maar nu de spanning in de competitie toeneemt, zie je toch dat we ongekend populair zijn.’

Het grootste bewijs voor die bewering was de ontknoping van de Eredivisie in 2007. Op zondag 29 april konden drie clubs kampioen van Nederland worden: Ajax, AZ en PSV. Een recordaantal van drie miljoen Nederlanders stemde af op Radio 1 voor een onvergetelijke voetbalmiddag. ‘Wie het laatste nieuws van alle velden wil meekrijgen en tegelijkertijd de sfeer in de stadions wil proeven, kan nog steeds nergens anders terecht’, zegt Van Peperstraten. ‘Je doet het voor de mensen die op zo’n dag onderweg zijn van en naar de sportvelden’, vult Van ‘t Hek aan. ‘Dat zijn veel Nederlanders en ze willen allemaal maar één ding horen: hoeveel het bij hun club staat.’

Wie de hele dag naar Langs de Lijn luistert, zal tot vervelens toe de tussenstanden horen. Dat kan niet anders. ‘We hebben in eerste instantie een informatieve functie’, zegt Van ‘t Hek, pen in de mond en één oog op de schermen, ‘we willen leuk zijn, maar ook weer niet te.’ Is dat dan het punt waarop het programma werkelijk verschilt van vroeger?

In de jaren zeventig grapte het legendarische duo Koos Postema en Willem Ruis zich door de uitzending heen. Verslaggever Theo Koomen stond bekend om zijn halve waarheden. Wieleretappes werden destijds nog nauwelijks uitgezonden op televisie en zodoende kon hij weelderige landschappen beschrijven terwijl de renners door een industriegebied reden. Als hij om woorden verlegen zat, redde hij zich eruit met een oncontroleerbaar excuus: ‘We gaan nu een tunnel in en daarom terug naar de studio in Hilversum.’

Van ‘t Hek, al twaalf jaar in dienst bij Langs de Lijn, erkent dat de aanpak zakelijker is geworden. ‘Dertig jaar geleden kon je hier rustig een fles wijn ploppen. Het hele tijdsbeeld is nu anders. De sport is vercommercialiseerd, de belangen zijn veel groter, ook bij ons. Elk foutje wordt enorm uitvergroot. Er zijn andere grenzen aan de losheid, meer…’ Hij onderbreekt zichzelf. Er is gescoord door Heerenveen tegen PSV. De armen gaan in de lucht van opwinding. Van ‘t Hek richt zich tot Van Peperstraten: ‘Ga jij even een doelpuntje halen bij Andy in Eindhoven?’

Ook voormalig Langs de Lijn-coryfeeën menen dat het format nooit veranderd is, maar de sfeer wel. ‘De opzet is hetzelfde gebleven, maar vroeger werd er meer gelachen’, zegt Herman van der Velden, die van 1976 tot 2006 de muziek verzorgde. De chaos in de studio werd versterkt door fanatieke luisteraars die langs kwamen. Van der Velden: ‘Dat was geen enkel probleem. Er ging geen uitzending voorbij zonder gasten. Die vonden het zo’n sensationeel programma dat ze met eigen ogen wilden zien hoe het in zijn werk ging.’

Tegenwoordig zijn de NOS-studios hermetisch afgesloten. Voor de jubileumuitzending zondag wordt een uitzondering gemaakt. De extra lange aflevering met oud-commentatoren en presentatoren wordt opgenomen in het Instituut voor Beeld en Geluid, naast het Media Park in Hilversum, en iedereen is welkom.

Koos Postema was naar eigen zeggen meer een liefhebber dan een professionele sportverslaggever. ‘Dat veroorzaakte een jongensachtige sfeer.’ Chef Kees Buurman belde Postema en Ruis dan wel eens op: ‘Heren, kan het wat minder?’ Postema: ‘Maar zo gauw hij de telefoon neerlegde lachte hij zich rot!’

Postema en de inmiddels overleden Willem Ruis waren inderdaad niet vies van de fles wijn die Van ‘t Hek noemt. Het laatste uur Langs de Lijn was ‘administratie’. De uitslagen van de hoofdklasse van de amateursporten – dus ook korfbal en tafeltennis – moesten voorgelezen worden, zaken die later door Teletekst en internet werden overgenomen. Naarmate het laatste uur vorderde, werd de sfeer steeds joliger. En zo kon het gebeuren dat Postema bij het voorlezen van de uitslag van een windsurfwedstrijd de slappe lach kreeg om zijn eigen dubbele tong.

In de tijd van Postema, die van 1977 tot 1989 bij Langs de Lijn werkte, was het wellicht chaotischer in de studio, maar dat was niet alleen te wijten aan de losse presentatie. Alle negen wedstrijden werden toen nog tegelijkertijd om half drie gespeeld. ‘Vanwege de commerciële belangen is dat later verspreid over het weekend’, aldus Postema. ‘Het was toentertijd zo hectisch dat de technicus op de schuiven plakkertjes deed met de namen van de verslaggevers.’

Dat hoeft tegenwoordig niet meer. In de studio is het rustig. Geen plakkertjes of al te flauwe grappen. Wel twee mannen in overhemd die genieten van het spel. ‘De sport is nog altijd leidend’, zegt Van ‘t Hek. ‘Er wordt gewoon om half drie afgetrapt.’

 

Verscheen op 24 maart in de Volkskrant

0 comments
Submit comment