— Haro Kraak

Literaire hosselaar

‘Kijk maar wat je ervan vindt, bitch. Ik heb toch al betaald gekregen.’ Het optreden in de Bitterzoet in Amsterdam is ten einde en Ome Omar neemt afscheid van het publiek. Een kwartier eerder zei hij nog: ‘Ik hou van jullie, met heel m’n hart en shit.’ 

De 22-jarige rapper/schrijver uit Amsterdam-Noord doet geen moeite om te pleasen. Ook wenst hij zich niet op één ding toe te leggen. Hij werkt aan zijn debuutalbum en -roman, beide getiteld Oerknal, te verschijnen bij Top Notch, het grootste hiphoplabel van het land, en Lebowski, uitgever van Henk van Straten en James Worthy. Hij maakt theater, presenteert een radioprogramma en geeft workshops. ‘Een richting kiezen? Fok dat, ik wil alles doen.’

Twee dagen eerder aan de Nieuwezijds Voorburgwal. In een achterkamertje van hiphopwinkel 5 Elementz zit de studio waar Omar met producersduo Rare Villains werkt aan zijn album. De ruimte is 3 bij 1,5 meter groot. Op een zwart kastje staan een lege fles Captain Morgan rum, een pak Taxi en een pot Duo Penotti. Daarnaast een bureau met een computer en wat apparatuur. ‘Kom we gaan naar buiten’, zegt Omar. ‘De zon schijnt en het is te krap hier.’

Vandaag gaat hij een feestnummer schrijven, dat ontbreekt nog op het album. Joey van Rare Villains heeft een dag eerder de beat gemaakt. Omar moet de tekst nog schrijven. ‘Dat doe ik altijd op het laatste moment.’ Op het stoepje van de winkel zit Omar met oordopjes in, een kladblok op schoot. Hij steekt een sigaret op. Hij heeft een kater. ‘Een vriend van me was vannacht de baas in een hotel en we mochten alles opdrinken.’

Omar Dahmani (zijn echte naam) woont in Noord bij zijn Marokkaanse ouders. Hij maakte de havo niet af en probeerde daarna ‘een week of zo’ de LOI en twee maanden Rietveld Academie. Omar: ‘Het onderwijs daar druist in tegen het hele idee van kunst. Je kunt niet van iemand een kunstenaar maken.’ Hij schreef voor jongerenwebsite Spunk, het onlinehiphopmagazine State en hij roert zich op Twitter, waar hij drieduizend volgers heeft.

Een jaar geleden belde uitgeverij Lebowski. Of hij een boek wilde schrijven. Hij kwam toen ook in contact met Top Notch. Beide partijen zagen wel iets in hem. Omar: ‘Ik kan mezelf goed in de kijker spelen. Jij zit hier ook.’

Volgens Kees de Koning, oprichter van Top Notch, weet Omar ‘een mythe om zichzelf te creëren van straatschoffie en ultieme kunstenaar’. De Koning was zijn verhaal op het spoor gekomen door de film Mijn inbreker en ik, waarin de 19-jarige Omar een laptop jat van een kunstenaar en vervolgens onderwerp wordt van een documentaire. Navraag bij Omar leert dat het verhaal fictief is, maar toch: het beeld van Omar als worstelende literator en straatcrimineel was geschetst.

Het past precies bij zijn imago van ‘literaire hosselaar’, zoals uitgever Oscar van Gelderen van Lebowski hem noemt. ‘Hij is een kind van Nescio. Een uitvreter anno 2012.’ Omar omschrijft zichzelf als ‘professioneel chiller’, een zondagskind. Van Gelderen: ‘Het lijkt alsof het hem komt aanwaaien. Dat is natuurlijk niet zo, maar het is wel zijn kracht.’

Eigenlijk is Omar een groot kind. Hij wil alles tegelijk, is snel verveeld en heeft nauwelijks de discipline zich op één ding te richten. ‘Discipline is inderdaad niet mijn sterkste kant’, zegt hij. Het boek had eigenlijk in oktober vorig jaar af moeten zijn, maar die deadline haalde hij niet. Sceptici denken dat de buzz rond Omar slechts een luchtbel is en dat het hem niet zal lukken een goed boek en album af te leveren. Die druk voelt hij zeker. Van Gelderen: ‘Hij heeft gezien hoe om hem heen jongens met boeken kwamen die niet goed genoeg waren. Hij wil heel graag dat het goed wordt.’

Dat boek gaat over de half-fictieve Omar, die zich staande probeert te houden in Amsterdam-Noord, zich verliest in straatcriminaliteit en tegelijkertijd met veel moeite een roman probeert te schrijven. Omar houdt het dichtbij zichzelf. ‘Eigenlijk heb ik het makkelijkste uitgangspunt genomen. Ik heb het idee dat dit verhaal nu verteld moet worden.’

Terug in het studiohok neemt Omar z’n net bedachte zinnen door. Hij moet nog twee regels om de gangbare 16 bars (maten) vol te rappen. Hij heeft nu: ‘Je mag kijken naar mijn troon, maar niet zitten aan mijn kroon. Faka bitch, kom chillen met je favoriete oom.’ Hij speelt met een sigaret tussen zijn vingers. ‘Ik ga nog even roken, misschien verzin ik iets beters.’

‘De muziek van Omar is moeilijk in een hokje te plaatsen’, zegt producer Jim van Rare Villains. Hij rapt veel over meisjes, geld en feesten, maar gaat ook dieper. Net als zijn boek gaan veel van zijn nummers over de worsteling van een artiest die verleidingen probeert te weerstaan, opgroeien in Noord en zich dommer voordoen dan hij is.

Want slim, dat is Omar, volgens zijn omgeving. ‘Je hoeft tegenwoordig helemaal niet te laten zien dat je slim bent’, zegt Erik Zwennes, muziekjournalist van VPRO’s 3voor12. ‘Kijk naar De Jeugd van Tegenwoordig, dat zijn ook geen domme jongens. De teksten van Omar zitten heel knap in elkaar, zijn scherp en geestig.’ Uitgever Van Gelderen: ‘Omar is een kameleon. Hij is streetwise en welbespraakt. Op straat in Noord moet je niet de intellectueel uithangen, dan is het snel klaar met je. Daar toont hij een andere kant van zichzelf dan op literaire avonden, waar hij zich ook als een vis in het water voelt.’

De intellectueel uithangen, dat wil Omar ook helemaal niet. Hij wil geld. Het liefst snel en veel. ‘Fok de faam, ik wil de middelen, bitch’, rapt hij in het nummer Wat Moet Ik Doen. Als hij zich voorstelt: ‘Ik ben Omar. Bel me als je geld voor me hebt, en geef het aan me.’ Op het stoepje van 5 Elementz: ‘Het kan twee kanten op. Over vijf jaar ben ik of superrijk of een crackjunk.’

De zaal van Bitterzoet is goed gevuld. Maar het publiek komt niet voor Ome Omar vanavond. Hij verzorgt het voorprogramma voor Action Bronson, een grote rapper uit de Verenigde Staten. Op het podium is het ook druk. Voor de show van 20 minuten heeft hij vijf bevriende rappers meegenomen: Spacekees, Tellem, Lil’ Kleine, Abel en Kaj. Vooraf in de kleedkamer is hij behoorlijk zenuwachtig. Hij rookt twee sigaretten in een kwartier. Vlak voor het optreden lijkt alles van hem af te vallen. Terwijl zijn naam wordt omgeroepen, buigt hij zich naar me toe: ‘Ik heb net zo lekker gepoept.’ Dan pakt hij de microfoon en begint te rappen.

 

Verscheen op 21 april in de Volkskrant

0 comments
Submit comment